C*Net +31(0)1800 328181

 

 

       

 

 




 

Begrippen- en verkortingenlijst telefonie

 Homepage


0-9  
5ESS:

De 5ESS is een telefooncentrale geleverd door Lucent en is een Stored Program Control systeem (SPC) genoemd. Dit betekend

dat de centrale wordt bestuurd door middel van een in een computer opgeslagen programma.De 5ESS kan worden opgedeeld in

3 modules, namelijk de AM, CM en (R)SM.

AM staat voor: administration module

In de administration module staan alle gegevens betreffende de aansluitingen met hun faciliteiten maar ook het besturings-

programma van de 5ESS telefooncentrale.

CM: communication module

De communication module bestaat uit 2 gedeelten. Een gedeelte wordt gebruikt voor gegevensverwerking richting de AM en een

gedeelte waar zowel gegevens als data (spraak) in zit de SM en RSM.

SM: switching module

In de switching module zitten ISLU2 schakeleenheden welke bestaan uit 1024 of 2048 poorten (afhankelijk van het type hardware)

Achter een SM kan ook een SM van een andere verafgelegen centralegebied worden geplaatst. In zo’n geval spreekt men van een

remote switching module (RSM). De RSM is functioneel gezien hetzelfde als een SM want ook daar worden de diverse poorten

ondergebracht.

ISLU:  Integrated Switching Line Unit

De intergrated switching line unit zijn poorten van 1024 stuks vanuit de telefooncentrale naar de locatie/aansluiting van de diverse

klanten. Het type ISLU2 heeft een dubbele poortcapaciteit van 2048 totaal.

RISLU2 Remote Integrating Switching Line Unit

Het is mogelijk om kleine woonkernen vanuit een remote switching module over een afstand te voeden middels een remote

intergrated switching module line unit 2. De capaciteit van deze eenheid bedraagt 512 poorten. De remote switching line unit type

2 wordt ingezet op veel locaties waarop klanten met een verhoogde verkeerswaarde, maar ook voor klanten die een intergrated

system digital network (ISDN) aansluiting wensen. Ook op afstand wordt de RISLU2 ingezet omdat er soms een ander type

 telefooncentrale staat die geen ISDN verkeer kan verwerken.

LU: Line Unit

De line unit is onderdeel van een switching module of remote switching module. Deze heeft een capaciteit van 5120 LU

aansluitingen, welke niet op afstand van de SM of RSM kan worden geplaatst.


 
 
A
 
A/B Poorten: De aansluitingen om analoge telefoons, faxen e.d. aan te sluiten. De letters a en b komen voort uit de namen voor de twee aansluitpunten van een analoog apparaat.
Aansluitblok: Een aansluitblok is een geformeerd blok, opgebouwd uit 10 stuks aansluitstrookjes LSA-PLUS.
Aansluitkabel:  Aansluitkabel is de kabel tussen een aftakkabel(net) en de binnenleiding of  aansluitpaaltje (volgens NEN 30982). Andere gebruikte benamingen zijn o.a. :invoerkabel (ik) en/ of huis(aansluit)kabel.
Aansluitstrook: Op een aansluitstrook worden de verbindingen tussen kabelader en kruisverbindingsdraad tot stand gebracht. Een aansluitstrook is geschikt voor het afwerken van 10 dubbeldraden (10DA).
AB-VMI: ABonnee- VerkeersMeetInrichting.
AC: Authentication Code, de AC is een herkennings code, wordt ook gebruikt tijdens "On Air Subscribtion".
ACV: Alarm Collectie- en Verwerkingssysteem
Ader:

Een ader is een cilindrische geleider met een egaal oppervlak vervaardigd van elektrolytisch koper en voorzien van een omhulsel van isolerend materiaal (aderisolatie).


Aderlas:

Een aderlas is het resultaat van het maken van een goed geleidende verbinding tussen twee geleiders en het daarna isoleren van die lasplaats. Er bestaan 2 soorten lassen:

 -  streklas = twee tegenover elkaar liggende aders gelast;

 -   doplas = twee naast elkaar liggende aders gelast.


Aderpaar:

Een aderpaar is samengesteld uit twee aders die tezamen een transmissiecircuit vormen en zodoende bij elkaar horen. Ook wel dubbeldraad of dubbeladers genoemd.


ADSL / ADSL2: Asymmetrical Digital Subscriber Line. ADSL werkt via de koperen telefoonkabel. Met worden snelheden tot maximaal 40 (ADSL2) Megabits per seconde mogelijk bij het het ontvangen (download) van data en maximaal 4 Megabits per seconde bij het versturen (upload) van data. Omdat de snelheden voor het ontvangen (download) en versturen (upload) niet gelijk zijn wordt het een asymmetrische verbinding genoemd. 
Aftakkabel: Een aftakkabel is de kabel in het aansluitnet, bestemd om er aftakkingen op te maken voor (huis)aansluitingen.
AL.WPD: Alarmen Werkplekdiensten
Alcatel/Lucent: Alcatel/Lucent is momenteel een van de grootste leveranciers van telefoon apparatuur in de wereld. Zie BTMC
ANSI: American National Standards Institute
(B)-ARI:

Acces Rights Identity, dit is per systeem een unieke code, deze wordt door Ericsson uitgegeven.

Armering:

Zie definitie pantser.


Ascom: Leverancier voor PTT / KPN voor o.a. de ISDN telefoon Vox 920 en Vox 930.
ASN: AanSluitNet
Atea: Antwerp Telephone and Electrical Works Zie ook BTMC

1892 The Antwerp Telephone and Electrical Works

1919 The New Antwerp Telephone and Electrical Works

1931 Automatique Electrique de Belgique

1939 Automatique Electrique

1962 Automatic Electric

1970 Atea

1971 GTE Atea

1986 Atea

1995 Siemens Atea

ATFC: AutoTeleFoonCentrale
 AXE:

AXE is een telefooncentrale geleverd door Ericsson en is een Stored Program Control systeem (SPC) genoemd. Dit betekent dat

de centrale wordt bestuurd door middel van een in de computer opgeslagen programma. Het telefoniesysteem AXE schakelt

verkeer (gesprekken/data) binnen de groep van eigen aansluitingen als mede verbindingen van en naar aansluitingen van een

andere telefoniesysteem/centrale.

Aansluitingen of poorten op een AXE nummercentrale:

Line interface : LI of LI-2 = PSTN

Line interface basic acces : LIBA = ISDN

Line interface multiplex acces : LIMA= PSTN

Line interface basic acces multiplex acces : LIBAMA= ISDN

Door de AXE een zogenaamde vrije Lic-klant relatie heeft, is het niet noodzakelijk dat bij nummerverwisseling een nieuwe

kruisverbindingsdraad getrokken wordt! De AXE beschikt over een digitaal schakelnetwerk.

RSS: Remote Switching System (Op afstand bestuurde schakeltrap)

Een remote switching system (RSS) is een centrale eenheid welke 8000 nummer kan bedienen ook wel schakeltrap genoemd.

Dit houdt in dat de besturing van de schakeltrap plaats vindt in de moedercentrale, terwijl de schakeltrap zelf geplaatst is in een

eigen centralegebied. De RSS is verbonden met de moedercentrale via digitale linken zoals glasvezelkabel.


 
 
B  
Bandbreedte: Met bandbreedte wordt het verschil in Hertz tussen de hoogste en de laagste door te geven frequenties van een verbinding bedoeld. Er is een nauw verband tussen de beschikbare bandbreedte en de snelheid van een data-verbinding. Voor een snelheid van 64 Kbps is bijvoorbeeld een bandbreedte van 32 Khz nodig
Bandkabel:

Een bandkabel bestaat uit twee, drie of vier naast elkaar liggende binnenkabels met een capaciteit van elk 1 x 4 x 0,5 + 1 x 0,5.  Deze kabels zijn onderling verbonden door dunne scheurstripjes. Bandkabels zijn hoofdzakelijk bij STAPN 68-netten in de  meerlagenbouw toegepast.

 

BELL: Zie BTMC

Binnengeleiding:

Binnenkabel:

 Binnenkabel (binnengeleiding of Bigel) is de kabel die bestemd en geschikt is om binnenshuis te worden gebruikt. Veelal is dit een kabel met polyvinylchloride (PVC)-mantel. Derhalve wordt dit ook PVC-kabel genoemd. 
Binnenmantel: De binnenmantel is een al dan niet isolerende mantel die (onder een buitenmantel) om de kabelziel is aangebracht.
Buitenmantel: De buitenmantel is een al dan niet isolerende mantel die over de binnenmantel is aangebracht ter bescherming van de kabel tegen  mechanische en/ of chemische invloeden.
BOBOCAD: BOuw BOvengronds Computer Added Design
BTD: Bijzonder Tellende Diensten Centrale
BTFC: BedrijfsTeleFoonCentrale
BTMC: Na de oprichting van het moederbedrijf de Bell Telephone Company in Boston (US) in 1876 en de oprichting van de International Bell Telephone Company (IBTC) in New York (US) in 1880 is er behoefte aan een Europese vestiging van de Bell Telephone Manufactering Company (BTMC) in Antwerpen (B), (het tegenwoordige Alcatel Bell) en is als zodanig opgericht als huisleverancier van de Nederlandse BELL Telefoon Maatschappij (NBTM) en anderen bedrijven. Omdat er inmiddels in Nederland opgerichte staatsbedrijf der PTT, vestigt BTMC in 1911 een bijkantoor in Den Haag (het huidige Alcatel Nederland) Vanaf 1940 wordt het groeiende bedrijf verzelfstandigd onder de naam Nederlandse Standard Electric Maatschappij (NSEM) maar in 1985 wordt de naam gewijzigd in het huidige Alcatel Telecom Nederland. Alcatel bestaat dus al een kleine 120 jaar als leverancier van telecommunicatie apparatuur.
Burum: Een plaats tussen de provincies Groningen en Friesland waar de KPN haar grondstation voor satellietcommunicatie heeft gebouwd. In Burum staan meerdere satellietsschotels
 

C
Capaciteit: De capaciteit van een kabel is het aantal aderparen of stergroepen waaruit deze kabel is opgebouwd.
CAP:
Carrier Amplitude Modulation
CCITT: Het CCITT (Consultave Committee International Telegraph and Telephone) stelt normen en standaarden (aanbevelingen) op voor de telecommunicatie.
CDF: Collocation Distribution Frame 
Cellular Radio: Een systeem voor mobiele communicatie (autotelefoon) waarbij het gebied in vakjes (honingraatstructuur) wordt opgedeeld. De vakjes bevatten ieder een eigen zender/ontvanger die via vaste verbindingen met een centrale.
CH: Call Hold, met de aanvullende dienst kan een gebruiker van ISDN een oproep in de wachtstand zetten waardoor het B-kanaal weer vrij komt. Dit kanaal is dan weer beschikbaar om een nieuwe oproep te plaatsen, een binnenkomende oproep te beantwoorden of een oproep weer uit de wachtstand te halen die er eerder in is geplaatst.
CI: de dienst CL (Call Interception) is gelijk aan de verwijsdienst in het analoge net en geeft informatie bij niet bereikbare nummers. (Interception = onderschepping)
CLIP / COLP: CLIP (Calling Line Identification Presentation) is een aanvullende dienst. Met CLIP wordt het nummer van de beller zichtbaar, nog voor het gesprek beantwoord wordt.
CLIR / COLR:
Met CLIR (Calling Line Identification Restriction) de bellende partij verbieden dat zijn nummer zichtbaar wordt aan de ontvangende zijde.
Codec: De electronische apparatuur die nodig is om beeld en geluid te coderen en decoderen voor transport in digitale lijnen en internet.
Contactblokken:

Contactblokken zijn sectorvormige blokken, opgebouwd uit een aantal montageblokjes met contacthulzen volgens het LSA-CA systeem en is toegepast in de kabelverdeler K1200.


CSS: Customer-side Signal Source 
Call Waiting: Als een beller in gesprek is wordt hij gewaarschuwd als er nog een binnenkomend gesprek is. Hij kan het gesprek waarmee hij bezig is dan even in de wachtstand zetten.
 

D
DC: Districts Centrale
DC: Direct Current gelijkstroom
DDNR: DoorDraadNummeR
DECT: Volgens het DECT-principe (Digital Enhanced Cordless Telecommunication) kunnen fabrikanten op een eenvoudige wijze een draadloze huis-telefooncentrale realiseren. Het geluid is helder; geen ruis of brom. Het geheel bestaat uit een basisstation waar één of meerdere handsets aangemeld kunnen worden.
DIVAC: DIVAC (DIgitale Verbinding tussen Abonnee en Centrale) was een glasvezelproefproject opgezet door Philips, PTT, de Technische Hogeschool in Eindhoven en de Technische Hogeschool Delft. Het project heeft gelopen van voorjaar 1983 tot het najaar van 1984 in het Philips Projecten Centrum in Geldrop. Na afloop is een groot deel van de opstelling voor nadere proeven en demonstratie overgebracht naar het dokter Neher Laboratorium van de PTT in Leidschendam. In het DIVAC project werd in een praktijkopstelling gedemonstreerd wat er in de toekomst mogelijk zou zijn. Hierbij waren een woning en bedrijf via glasvezel aangesloten. De privé abonnee kreeg via de glasvezel beeldtelefonie, kabel, betaaltelevisie, themakanalen, toegang tot electronische databanken en muziekkanalen. De zakelijke abonnee krijgt daarnaast een telefoon en computer in een datafoon.
DN-1: DataNet-1 is een openbaar net ontwikkeld door de PTT en speciaal bedoeld voor datacommunicatie. Via Datanet-1 kan het verkeer tussen de computers snel worden afgehandeld. Tegenwoordig gaat dit dataverkeer via het internet.
DRO: DRO staat voor DRaadOmroep en is ook wel bekend voor de oorlog onder de naam radiodistributie, na de oorlog is het vanwege  de distributie in de naam verandert in Draadomroep. Er bestonden een groot aantal systemen maar het meest gebruikt was het 4 dubbeldraden voor 4 verschillende programma's door te geven. Bij de klant werd een programmakiezer met ingebouwde volume-  regelaar en luidspreker geplaatst. De draadomroep is in 1976 opgeheven.
DSLAM:

Digital Subscriber Line Access Multiplexer. In een DSLAM zit de apparatuur die gebruik maakt van Asymmetric Digital Subscriber  Line om klanten breedband Internet aan te bieden.


DSS1: Het Europese DSS1 (Digital Subscriber Signalling Protocol 1) is een protocol voor het D-kanaal van een ISDN aansluiting en is het standaard protocol in Nederland.
DTMF: DTMF (Dual Tone Multi Frequency) zijn de tonen uitgezonden tijdens het kiezen met druktoets telefoons.
 

E
EC: Eind Centrale
Eindlas:

Een eindlas is een las aan het einde van de kabel. In deze las zijn de aders, allemaal of een bepaald aantal, stuk voor stuk geïsoleerd (de z.g. MEETLAS) c.q. onderling met elkaar verbonden (de z.g. KOPLAS). Een eindlas is een las voor het overgaan van grondkabel op binnenkabel. Deze las wordt afgewerkt in een flesvormige mof en naar aanleiding daarvan FLESLAS genoemd. Als vervolg op deze z.g. fleslas is een VERLENGDE FLESLAS ontstaan. Hierbij wordt boven op de bestaande eindlas een "tweede" las gemaakt. Deze las wordt afgewerkt met een ingekorte kunststoffen eindmof.


EK: Extra Kwaliteit (Vaste Verbinding)
EMC: Electro Magnetical Compatibility
Ericsson: Grootste fabrikant van telecommunicatieapparatuur met het hoofdkantoor in Zweden.
ESD:

ESD staat voor ElektroStatische Discharged, ofwel elektrostatische ontlading. Door ESD-veilig te werken wordt schade  voorkomen aan actieve apparatuur op centrales en kabelverdelers.


ESS: Exchange-side Signal Source
ETR: Elektronische ToegangsRegistratie
ETSI: Het ETSI (European Telecommunications Standards Institute) produceert standaards in de informatie en communicatie technologie.
EVKC: Eerste Orde VerkeersCentrale
 

F
F / F-vb Telefooncentrale met hefdraaikiezers oorspronkelijk ontwikkeld door Siemens en na de oorlog door Philips verder ontwikkeld en geleverd aan de PTT.  F-vb betekent centrale type F-vereenvoudigde bouw.
FDD: Frequency Division Duplexing
Fleslas:

Een fleslas is een las voor het overgaan van grondkabel op binnenkabel. Deze las wordt afgewerkt in een flesvormige mof en naar aanleiding daarvan FLESLAS genoemd. Als vervolg op deze z.g. fleslas is een VERLENGDE FLESLAS ontstaan. Hierbij wordt boven op de bestaande eindlas een "tweede" las gemaakt. Deze las wordt afgewerkt met een ingekorte kunststoffen eindmof.


 

G
GAP: Het GAP-protocol (Generic Acces Supply) wordt gebruikt bij DECT telefoons universeel te kunnen aanmelden bij basisstations van verschillende fabrikanten.
Geleider:

Een geleider is een cilindrische draad vervaardigd van een materiaal (veelal koper oorspronkelijkr) met een lage soortelijke weerstand, bedoeld om een elektrische stroom te geleiden.


Glasvezel: Haardunne vezel van glas die wordt gebruikt om lichtsignalen  van het ene punt naar het andere punt te brengen.
GPE: Een GPE is een Gepantserde PolyEtheen grondkabel met een polyetheen (PE)-mantel, PE-aderisolatie en een aluminium scherm.
GPEW(G): Een GPEW(G) is een Gepantserde PolyEtheen langsWaterdichte grondkabel met een polyetheen (PE)-mantel, PE- aderisolatieen een aluminium scherm. De (G) staat voor een gladde buitenmantel.
GPLK: Een GPLK is een gepantserde grondkabel met een loodmantel als scherm tegen vocht en elektromagnetische golven en papier/lucht als aderisolatie.
GPVC: GPVC is een gepantserde (binnen)kabel met polyvinylchloride (PVC)-mantel. De aderisolatie kan zowel PVC als PE zijn.
Groepring: Een groepring is een van papier of PVC vervaardigde ring, aangebracht om een stergroep waarmee deze stergroep zodoende wordt gemerkt.
Grondkabel: Een grondkabel is een kabel die bestemd en geschikt is om in de grond te worden gelegd (GPLK, PE, GPE, GPEW en GPEWG).
 

H
HDSL: High bitrate Digital Subscriber Line
HVD: HoofdVerDeler
Huiskabelnet: Het huiskabelnet is het kabelnet vanaf de manipulatiekast of IS/RA tot in de woning.
HWKC: Hoofd-WijKCentrale
 

I
IDK: Een IDK (Impuls Druktoets Keuze) toestel produceert bij het indrukken van een toets een reeks pulsen. Alle kiesschijf toestellen werken met impulsen. Dit systeem is tegenwoordig verouderd en vervangen door TDK het toonkiezen.
IP: Integrale Planning
IP: Internet Protocol
IPEI:

International Portable Equipment Identity, dit is een uniek internationaal nummer per portable telefoon.

IPUI:

International Portable User Identity, de IPUI is de IPEI en de PUT samen.

ITNC: InTerNationale Centrale
ISDN: ISDN (Integrated Services Digital Network) is een digitaal net voor verschillende vormen van telecommunicatie. Het voordeel van ISDN boven het analoge telefoonnet is dat het veel sneller is. Het is geschikt voor telefoon, data, fax en beeldoverdracht. Via het D-kanaal zijn pinnen en alarmering mogelijk. ISDN beschikt over 2 communicatiekanalen, die zijn te vergelijken met 2 analoge telefoonlijnen. Als één van de communicatiekanalen bezet is kunt u blijven bellen via het tweede communicatiekanaal. 
ISDN-afsluitweerstand: Noodzakelijk onderdeel aan het begin en het einde van ISDN-bekabeling. Een afsluitweerstand (van 100 Ohm) is verwerkt in een afsluitplug, in een verdeelblokje en in de NT-1
ISDN-apparaat: Apparaat dat geschikt is voor ISDN: ISDN-telefoon, ISDN-PC-kaart, ISDN-fax, ISDN-terminal adapter enz.
ISDN- bekabeling: Het geheel van ISDN-wandcontactdozen en de kabels die de ISDN-wandcontactdozen met elkaar verbinden. ISDN-bekabeling wordt ook wel
ISDN- buitenlijn: Kabel die de verbinding vormt tussen de NT-1 en het openbare netwerk van KPN.
ISDN-terminal-adapter:
ISDN-apparaat waarmee u bestaande analoge apparatuur via het ISDN-netwerk kunt blijven gebruiken. Een aantal voorbeelden van een ISDN-terminal-adapter zijn: Moduvox, Duovox en Quattrovox.
ISDN-wandcontactdoos: Speciale wandcontactdoos voor ISDN-apparaten. Op ISDN-wandcontactdozen kunt u uw ISDN-apparatuur aansluiten.
ISDN korte S-bus: Type ISDN-bekabeling dat het meest wordt gebruikt. De korte S-bus bestaat uit één lange kabel van maximaal 150 meter, met aan het beginpunt de NT-1. Op de korte S-bus mag u maximaal 8 ISDN-apparaten aansluiten.
ISDN lange S-bus: Type ISDN-bekabeling dat u kunt gebruiken wanneer u uw ISDN-apparaten op 150 tot 500 meter afstand van de NT-1 wilt plaatsen. Op de lange S-bus mag u maximaal 4 ISDN-apparaten aansluiten.
ISDN NT-1: Network Termination 1: ISDN-hoofdaansluitpunt dat de scheiding vormt tussen het openbare ISDN-netwerk en de aansluiting in uw huis of kantoor. De NT-1 zorgt voor een goede signaaloverdracht tussen het ISDN-netwerk en uw ISDN-apparaten.
ISDN Point-to-point: Punt-punt-verbinding is een type ISDN-bekabeling dat u kunt gebruiken als u één ISDN-apparaat op een afstand van 500 tot 1000 meter van de NT-1 wilt plaatsen. Op de punt-punt-verbinding mag u slechts één ISDN-apparaat aansluiten.
ISDN Y-configuratie: Type ISDN-bekabeling dat u kunt gebruiken wanneer u wilt dat er vanaf de NT-1 twee kabels met ISDN-wandcontactdozen door het gebouw lopen. De maximale lengte van de gehele bekabeling is 150 meOp de Y-configuratie mag u maximaal 8 apparaten aansluiten. 
Isoleerkoker: Een isoleerkoker is een van papier of PVC vervaardigd buisje bestemd voor het isoleren van een aderlas.
ISRA:

InfraStructuur / RandApparatuur. Een aansluitpunt is het eindpunt van de telecommunicatie infrastructuur, dat dient voor het aansluiten van randapparatuur. Bij KPN spreekt men van een IS/RA aansluitpunt en heeft dit vorm gekregen door een IS/RA aansluitdoos, paal of kast. Hierbij kan de infrastructuur van KPN gescheiden worden van de randapparatuur van de klant. Anderen dan KPN moeten de mogelijkheid hebben om randapparatuur te leveren, te installeren, in bedrijf stellen en te onderhouden, zonder dat men de infrastructuur kan (mee) muteren. Met “anderen” worden onder meer installatiebedrijven en onafhankelijke leveranciers van telecommunicatie apparatuur bedoeld.


ITT
ITU: International Telecommunication Union
 
J
Jaardraad: Een jaardraad in een kabel is een kendraad, die het jaar van fabricage aanduidt.
 

K
KAN: Korte Afstand Net
KANVAS: Kabel, Ader, Netwerk, Verbindingen, AdresregistratieSysteem
KC: Knooppunt Centrale
Krone: Fabrikant van hoofdverdelersystemen van diverse soldeerstroken, type 70 en LSA+ hoofdverdelersystemen.
KS: Kiesschijf
KTFN: KerkTeleFoNie
Kabelverdeler (KVD):

Een kabelverdeler ook wel wijkkast genoemd, worden gebruikt om de kabels die van het centrale komen te verspreiden over de huizen in een wijk als onderdeel van de infrastructuur. De kabelverdeler kan in een kabelkast of ander onderkomen zijn onder- gebracht. Uitvoeringsvormen zijn Onderkomen; Betonnen kabelkast; type B3, B12 en B20.  Kunststofkabelkast, ook wel polyester- kast genoemd; K1200, K2000 en K2400. Metalen wandkabelverdeelkast. W300, W600 en W900.


Kerktelefoon:

Een kerktelefoonnet is een systeem van vaste verbindingen vanuit één centraal punt (kerk of ander gebouw) naar de door hetkerkgenootschap opgegeven locaties. In de regel is dit de woning van een lid van het kerkgenootschap. De vaste verbindingen, ook wel PM-lijnen genoemd, zijn 2-draads voor eenrichtingsverkeer over onbelaste aders in het aansluitnet.


Kruisverbindingsdraad:

Kruisverbindingsdraad verzorgt onder andere de verbinding tussen horizontale en verticale zijde van de hoofdverdeler in de nummercentrale primaire en secundaire zijde van een kabelverdeler.


Kabelkern: De kern van een kabel wordt gevormd door een aderpaar, groep(en) of bundel(s), dat het dichtst bij de as (centrum) van de kabel ligt.
Kabellas: Een kabellas is het resultaat van het volgens een bepaald schema lassen van aders; het herstellen van de afscherming rondom de ziel het versterken van het geheel en het afsluiten tegen het indringen van vocht met een mof.
Kabelziel: De kabelziel is het totaal aan aders. De kabelziel bestaat (afhankelijk van de capaciteit) uit een (kabel)kern met daaromheen een aantal stergroepen in concentrische lagen.
Kendraad: De kendraad (ook wel teldraad) is een dunne draad in een bepaalde kleur die, ten behoeve van de herkenbaarheid bij het tellen van de (ster)groepen, in een open spiraal om de (ster)groep is aangebracht. Een kendraad is ook een samenstel van merkdraad en jaardraad, respectievelijk fabrikaataanduiding en jaar van fabricage van de kabel.
Kop van de kabel: De kop van de kabel is dat eind van de kabel waar de aders en/ of groepen in de (volgens KPN-norm voorgeschreven) volgorde en richting te aanschouwen zijn. Het eind van de kabel, waar deze richting en volgorde andersom lopen, wordt staart genoemd.
Krimplas Een krimplas is een las waarbij na het aderlassen de lasruimte en de kabeleinden met beschermkoker worden ontwikkeld. Om de beschermkoker wordt een thermokrimpend materiaal aangebracht.
 Kruisverbindingen:

Kruisverbindingsdraad verzorgt onder andere de verbinding tussen horizontale en verticale zijde van de hoofdverdeler in de nummercentrale primaire en secundaire zijde van een kabelverdeler er bestaan 2 soorten kruisverbindingen:.

- 2-aderige kruisverbindingen

In alle typen hoofdverdelers en kabelverdeelkasten dient voor 2-draads verbindingen het wit/blauw kruisverbindingsdraad te worden toegepast.

- 4-aderige kruisverbindingen

In alle typen hoofdverdelers en kabelverdeelkasten dient voor 4-draads verbindingen het wit/blauw/oranje/groen kruisver- bindingsdraad te worden toegepast.


 

L
Laag: Een laag is een aantal aders, groepen of bundels die op gelijke afstand van de kern van de kabel zijn gelegen. De lagen zijn onderling gescheiden door een papieren of kunststofbandje.
LAAN: LAnge Afstand Net
Laskokertje: Een laskokertje is een verzilverd koperen buisje bestemd voor het aan elkaar verbinden van geleiders.
Lasmodule: De lasmodule bestaat er in de 2-draads en 10-ddrn uitvoering en heeft als doel het (onderbrekingsloos) aan elkaar verbinden van geleiders
Langswaterdichte kabel: Langswaterdichte kabel is een kabeltype waarbij ter voorkoming van vochttransport in de kabelziel en tussen de mantels dekabel op regelmatige afstanden van waterstoppen is voorzien (zie GPEW(G).
Leiding: Onder een leiding wordt o.m. verstaan: een enkele ader, al dan niet beschermd of een samenstel van aders, al dan niet gemeen- schappelijk geïsoleerd en (of) beschermd. het samenstel van geleider of aders, beschermingsmiddelen, bevestigingsmiddelen en bijbehorende apparatuur. De benaming "leiding" heeft, evenals de verwante begrippen "lijn" en "verbinding" oorspronkelijk een ruime betekenis. Binnen verschillende onderdelen van het vakgebied worden deze benamingen in verschillende betekenis- sen gebruikt.
LCL: Longitudinal Conversion Loss
LIR: Lijn Impuls Regenerator
LKAN: Landelijk Korte Afstand Net
LLW: Local Loop Wiring
LOV: Longitudinal Output Voltage
LSA-techniek:

LSA betekent: Lötfrei, Schraubfrei, Ab-isolierfrei, met andere woorden: er wordt niet geschroefd of gesoldeerd en tevens wordt de er niet van zijn isolatie ontdaan. Deze aansluitwijze is weer onderverdeeld in de volgende types: LSA-CA-, LSA-I-70- en de LSA-PLUS-techniek.


LT-port: Line Termination port
LT.cab-port: LT-cabinet Port, for injecting downstream signals from a RSS
 

M
MAN: Middellange Afstand Net
Mantel: Een mantel is een gesloten beschermd omhulsel van metaal (b.v. lood) of kunststof (b.v. PE of PVC).
MDF: Main Distribution Frame
Memocom: Een dienstverlening om via de telefoonlijn of datanet electronisch ingetoetste brieven door te geven en is de voorloper van onze huidige email. Memocom werd in het eerste kwartaal van 1984 geïntroduceerd.
MFC: Multi Frequency Code
MK: Manipulatie Kast
Montageframe en stijl:

Op een montageframe, die worden toegepast in een kabelverdeler, kunnen naar behoefte 10 DA LSAPLUS- stroken wordengemonteerd. Maximaal kunnen in een kabelverdeler 120 stroken en 6 stroken voor parallelverbindingen worden aangebracht. Een montagestijl is een aanvulstuk waarmee het montageframe kan worden uitgebreid.


Manipulatiekast:

De MK ManipulatieKast bestaat uit een polyester behuizing waarin d.m.v. contactstopjes en verbindingssnoeren verbindingen tot stand kunnen worden gebracht. Op dit moment zijn er nog weinig van deze kasten in bedrijf, de meeste kasten zijn uitgelast en gevitaliseerd.


Manipulatiepaneel:

Het manipulatie paneel bevind zich in de manipulatiekast. Aan de achterzijde is het huiskabelnet en het tertiaire kabelnet afgewerkt. Aan de voorzijde van het paneel kunnen d.m.v. contactstopjes en verbindingssnoeren verbindingen tot stand worden gebracht.


Secundair Kabelnet:

Het secundaire kabelnet verbindt in dit geval het tertiaire kabelnet met de kabelverdeler/hoofdverdeler. Elke streng manipulatie- kasten wordt op een 100 ddrn secundaire kabel gelast.


STAPN 58 TFN:

STAPN 58 TFN staat voor standaardaansluitpunten telefoon. Dit systeem is vanaf 1958 tot 1969 aangelegd. Middels STAPN 58 TFN is de mogelijkheid aanwezig de woningen van een telefoon- en nog een 2e aansluiting te voorzien.


STAPN 58 TFN Huiskabelnet: Het huiskabelnet is het kabelnet vanaf de manipulatiekast tot in de woning. Ten behoeve van de standaardaansluitpunten 58 TFNin de woningen worden 2 ddrn, 10 ddrn en 24 ddrn polyetheenkabels(PE) gebruikt, die voorzien in de mogelijkheid van eentelefoon- en een 2e aansluiting.
 

N
NBSP: Narrow-Band Signal Power
NHTM: NHTM staat voor Nederlandse Huistelefoon Maatschappij.
NK: Normale Kwaliteit (Vaste Verbinding)
NOMC: Network Operations and Management Centre
Norm: Een norm is een maatstaf of geeft richtlijnen voor de te volgen regels. Een norm omschrijft eenduidig een door ieder te volgen onderzoekmethode en de uitvoering, eigenschappen en keuring van het betreffende artikel.
NRC: NummeRCentrale
NSEM: NSEM staat voor Nederlandse Standard Electric Maatschappij. Zie BTMC
NT-1: Network Terminator aansluitkastje tbv ISDN bij de klant.
NT.cab-port: NT-cabinet Port, for injecting upstream signals from a RSS
NT-portL: Network Termination port
 

O
OAS: Operator Access Services
ODA: OproepDoorschakelApparatuur
OMWC OMWegCentrale
OP: Operationele Planning
OTA: Ordergestuurde Trunk-Administratie
Onderkomen:
Een onderkomen is een ruimte in een gebouw, waarin een kabelverdeler is ondergebracht. Dit is een inpandige kabelverdeler.
OTFC: Openbare TeleFoonCentrale
OVLC: OVerLoopCentrale
Overgangslas: Een overgangslas is een las waarin aders van een GwPLK worden doorverbonden met aders van een kunststoffen grondkabel.
OVN: Operator Vaste Net
 

P
Parallelverbindingen:

Parallelverbindingen zijn vaste verbindingen, die parallel geschakeld vanaf een blok of strook in de kabel- of hoofdverdeler naareen aantal afgaande locaties gaan. Het blok wordt gevoed vanaf een centrale locatie (kerk of ander gebouw). Zie ook kerktelefoon.


PARK:

Portable Acces Rights Key, deze wordt gebruikt tijdens het "On Air Subscribtion".

Primaire voedingskabel:

Een primaire voedingskabel loopt van de hoofdverdeler (nummercentrale) naar een kabelverdeler of van kabelverdeler naarkabelverdeler.


PTI: Staat voor Philips Telecommunicatie Industrie
POTS: Plain Old Telephony Services
PUT:

Portable User Type, de PUT verteld wat over de portable zelf

PRX / A:

Staat voor Processor Reed eXchange/Analoog. Dit centraletype, geplaatst tussen 1974 en 1988, wordt bestuurd door middel van een in een computer opgeslagen programma. Alle door de centrale te verrichten functies zijn in het computergeheugen opgeslagen. Wanneer we dus een functie willen wijzigen moeten we een wijziging aanbrengen in het computergeheugen. In dit geheugen ligt echter ook nog andere informatie opgeslagen, zoals: Welke aansluitingen vrij zijn en welke bezet, maar ook de faciliteiten zoals, 0900 nummers, *21 enzovoort.

Aansluitingen of poorten op een PRX/A nummercentrale:

De poorten voor klantaansluitingen op een PRX/A centrale heten LijnCircuit, afgekort LC. Deze zijn steeds per rek gerangschikt

(1024 aansluitingen)


PSTN: Public Switched Telephone Network
PSTN ruimte: Een hoofdverdeler heeft 2 kanten. Een horizontale (KPN) en een verticale kant (klant). Beiden bevatten een SIP en een poortkant. De horizontale poortkant van een hoofdverdeler zit aangesloten op de PSTN kasten PSTN staat voor: Public Switched Telephone Network, dat maakt telefoneren mogelijk. Er zijn 3 systemen: PRX / A, AXE en 5ESS.
PtM: Point to Multipoint.
PtP: Point to Point.
Pantser: Het pantser (ook wel armering of bewapening genoemd) is de beschermende omhulling van de kabel bestaande uit metalen banden of draden, bestemd om de kabel tegen licht mechanisch geweld te beschermen.
Parallellastechniek: Met deze lastechniek kunnen structuuraanpassingen en herstel aan kabels plaatsvinden zonder dat er telefonieverstoringen optreden. De meest voor de hand liggende toepassing is bij wegreconstructies, het vervangen van een defecte las of een deel van de kabel. Verder is de lastechniek goed toepasbaar bij het (ongewijzigd) overnemen van kabelverdelers en IS/RA-kasten.
Parenkabel: Kabels waarvan de kabelziel is opgebouwd uit aderparen worden parenkabel of ook wel stellenkabel genoemd.
PE / AL-mantel: Zie definitie mantel en/of scherm.
PE-kabel: Een PE-kabel is een ongepantserde polyetheen (grond)kabel met een polyetheen mantel en polyetheen aderisolatie
PVC-kabel: Een PVC-kabel is een (binnen)kabel met polyvinylchloride (PVC)-mantel. De aderisolatie kan zowel PVC als PE zijn.


Q
Quattrovox: ISDN-terminal-adapter en een kleine huiscentrale voor 1 ISDN-2 lijn en 4 toestellen.
 

R
R&C: Ruimte en Conditionering
Rangeerhaken, -ogen en of –beugels:

Rangeerhaken, rangeerogen (indien in cirkelvorm gebogen) zijn tussen de stijlen of contactblokken van kunststofkabelverdeelkasten gemonteerd om rangering (bundeling) van kruisverbindingsdraden mogelijk te maken. Bij betonnen kabelverdeelkasten wordt gesproken over rangeerbeugels.


Rechte las / blinde las:

Een rechte las is een las waarin twee kabeleinden met elkaar worden verbonden (kop aan staart). Een bijzondere rechte las is de blinde las. In een blinde las worden alleen de kabelmantels hersteld. De kabelziel is hierbij onaangeroerd.


Reductiepunt:

Een reductiepunt in een kabelnet heeft de eigenschap dat het aantal primaire aders minder is dan het aantal secundaire aders.


RFT: Remote Feeding Telecommunication
RFT: Leverancier uit Oost-Duitsland
RSS: Remote Signal Source
 

S
S&H: Siemens & Halske tegenwoordig Siemens.
Secundaire voedingskabel:

Een secundaire voedingskabel loopt van de kabelverdeler naar de manipulatiekast en/ of aftakkabel.


SK: Speciale Kwaliteit (Vaste Verbinding)
SKAN: Stedelijk Korte Afstand Net
Stijl:

Op een (complete) stijl zijn een aantal verbindingsstroken of montagestroken met daarop kabeladers gemonteerd. Hierdoor wordt de mogelijkheid gerealiseerd verbindingen te maken tussen de verschillende kabeladers. Bij alle kabelverdelers met uitzondering van de K1200, wordt ook gesproken over een stijl als daarop nog geen verbindingsstroken zijn aangebracht.


SBT: Serieel Beheersysteem Transmissieapparatuur
SDSL: Symmetrical Digital Subscriber Line
SEPM: SignaleringsEindPunt Melder
SEPRM: Special Equipement PRivate Metering
SIP ruimte: In de Telco ruimte staat de apparatuur van verschillende leveranciers zoals KPN, BBned en Babyxl. De zogenaamde DSLAM’sDSLAM staat voor: Digital Subscriber Line Access Multiplexer. In een DSLAM zit de apparatuur wat gebruik maakt van Asymmetric Digital Subscriber Line om klanten breedband Internet aan te bieden. Om bij de hoofdverdeler te komen wordt er gebruik gemaakt van zogenaamde SIP kasten. SIP staat voor: Session Initiation Protocol. Door middel van draden word er vanaf de SIP kast die aangesloten zit op een DSLAM, verbinding gemaakt met de horizontale SIP kant van een hoofdverdeler.
Scherm:

Het scherm heeft de functie de invloed van elektromagnetische velden, die ontstaan zijn t.g.v. atmosferische ontladingen en hoogspanningsverbindingen, te verminderen en dampdoorlating te voorkomen. Bij GPEW(G) bestaat dit omhulsel uit een complex van aluminiumfolie en een laag polyetheen en wordt PE/AL-mantel genoemd. Bij GPLK is het scherm de loodmantel.


Scheurdraad:

De scheurdraad is een draad die direct onder de binnenmantel is aangebracht en bestemd is om deze mantel in de lengte- richting te kunnen openscheuren.


Slanke las: Een slanke las is een las waarbij de aders op de gebruikelijke wijze worden doorverbonden, echter het aantal lasplaatsen is vergroot. De slanke las wordt afgedicht door een stalen buis en krimpmoffen. De slanke las kan in kabelkelders worden toegepast. Op plaatsen waar de eindlas (fleslas) is verplaatst, kan in de kabelkelder de grondkabel d.m.v. de "slanke las" zijn doorgelast aan een grondkabel met dezelfde capaciteit. De slanke las is toe te passen bij GPLK 450x4x0,5 en GPLK 150x4x0,5. 
SMFC: SeMaFoonCentrale
Splitslas / huisaansluitlas:

Een splitslas is een las waarin drie of meer kabeleinden met elkaar worden verbonden. Een bijzondere splitslas is de huisaansluitlas. In deze huisaansluitlas is een aantal aderparen uit een aftakkabel gelast aan een aantal aderparen uit een aansluitkabel.


Spuitlas: Een spuitlas is een las waarbij na het aderlassen de lasruimte en de kabeleinden met diverse materialen worden omwikkeld en afgedicht, waarna die lasruimte met kunsthars wordt volgespoten.
Staart  van de kabel: Zie definitie kop van de kabel.
Stergroep:

Een stergroep is samengesteld uit vier aders die op zodanige wijze tot een groep zijn samen geslagen, dat in iedere dwars- doorsnede van die groep de middelpunten van de vier aders op de vier hoekpunten van een vierkant liggen (stervormig).


Stergroepkabel:

Een stergroepkabel is een symmetrische kabel waarvan de kabelziel is opgebouwd uit stergroepen.


STAPN 58:

Het STAPN 58 (StandaardAansluitPuntenNet 1958) is het kabelnet vanaf de manipulatiekast tot in de woning. Ten behoeve van de standaardaansluitpunten 58 voor telefoon en DRO (DRaadOmroep) in de woningen worden 2 ddrn, 10 ddrn en 24 ddrn polyetheenkabels(PE) gebruikt, die voorzien in de mogelijkheid van een telefoon- en een 2e aansluiting alsmede een aansluiting voor de draadomroep.


STAPN 68: Het STAPN 68 (StandaardAansluitPuntenNet 1968) is het kabelnet vanaf de manipulatiekast tot in de woning. Ten behoeve van de standaardaansluitpunten 58 voor telefoon in de woningen worden 2 ddrn, 10 ddrn en 24 ddrn polyetheenkabels(PE) gebruikt, die voorzien in de mogelijkheid van een telefoon- en een 2e aansluiting.
Streng:

Een streng is een samenstel van geschakelde manipulatiekasten.

- Bij STAPN 58 TFN-DRO kunnen er maximaal 5 MKn in een streng opgenomen zijn.

-·Bij STAPN 58 TFN kunnen er maximaal 2 MKn in een streng opgenomen zijn.


 

T
TAT: De TAT (Trans Atlantic Telephone cable) een Transatlantische kabelverbinding tussen 2 landen of continenten over de bodem van de oceaan. In 1956 werd de eerste transatlantische kabel gelegd, in 1985 de zevende, in 1988 de achtste en in 1992 de negende. Ondertussen zijn er al meerdere glasvezels gelegd. De TAT 8 had een capaciteit van 40.000 gesprekken, de TAT 7 slechts 4200 gesprekken.
T&N: Telefonbau und Normalzeit ook wel bekend als Telenorma, Bosch en nu Avaya.
TAB: Trunk Administratie Blok
TDK: Toon Druktoets Keuze
TE: Transmission Equipment
Telco / SIP ruimte: In de Telco ruimte staat de apparatuur van verschillende leveranciers zoals KPN, BBned en Babyxl. De zogenaamde DSLAM’sDSLAM staat voor: Digital Subscriber Line Access Multiplexer. In een DSLAM zit de apparatuur wat gebruik maakt van Asymmetric Digital Subscriber Line om klanten breedband Internet aan te bieden. Om bij de hoofdverdeler te komen wordt er gebruik gemaakt van zogenaamde SIP kasten. SIP staat voor: Session Initiation Protocol. Door middel van draden word er vanaf de SIP kast die aangesloten zit op een DSLAM, verbinding gemaakt met de horizontale SIP kant van een hoofdverdeler.
TF: TeleFonie
TNV: Telephone Network Voltage
Teldraad: Zie definitie kendraad.
Telecommunicatiekabel: Telecommunicatiekabel is een verzamelnaam voor de kabel die dient voor het overbrengen van elektrische of optische signalen t.b.v. communicatie (informatiedistributie).
Telling:  Onder telling wordt verstaan: "een volgens afspraak verlopende wijze van tellen van de kabeladers". Om de aders van elkaar te kunnen onderscheiden, d.w.z. volgens een bepaalde volgorde te kunnen tellen, zijn de aders van een gekleurd of bedrukt isolatiemateriaal voorzien en de groepen van gekleurde katoen- of kunststofdraden. Ter onderscheiding van enkele plaatselijk toegepaste telwijzen wordt soms gesproken over de zgn. "Rijkstelling" voor de in de NEN 939 vastgestelde landelijk toegepaste telwijze.
Tertaire kabelnet: Het tertiaire kabelnet verbindt de manipulatiekasten onderling en met de secundaire kabel. Dit zijn de 20 ddrn, 32 ddrn, 48 ddrn, 64 ddrn en 80 ddrn PE kabels.
TRT: Traffic Route Tester gebruikt voor het testen van verkeerbundels.
Tussenlassen IS/RA: Werkwijze tussenlassen IS/RA-20M aansluitpunt als er geen ruimte uit de kabel te halen is.
TOVC:

Tweede Order VerkeersCentrales


 
 
U  
U-verbindingen:

Met de U-verbindingen werden in het verleden de afgaande DRO aders doorverbonden met de voedende DRO aders.


    
V  
Viditel: Het viewdatasysteem van de PTT waarbij via een telefoonlijn gegevens uit een PTT computer was te raadplegen. Viditel was de voorloper van het latere Videotex systeem.
VKC: VerKeersCentrale
VM&B: Voorraad Management & beheer
VPC Voorraad en Planning Centrum
VTM Verenigde Telecommunicatie Maatschappijen
VV  Vaste Verbindingen
VVIS: Vaste Verbindingen Infrastructuur
VWNB: Volker Wessel Netwerk Bouw
VWT: Volker Wessel Telecom
 
 
W  
Waterkabel:  Waterkabels zijn kabels met een grote(re) mechanische sterkte, geschikt om onder water te worden gelegd. Onderscheiden worden waterkabels voor grote rivieren, zeearmen (b.v. Ooster Schelde) en kabels voor zeeën en oceanen. De laatstgenoemde waterkabels worden zeekabels genoemd.
Waterstop:  Een waterstop is een kunstmatig aangebrachte stop om te voorkomen dat binnengedrongen water, in een kabel met kunststof geïsoleerde aders, de kabel over grote lengte kan beïnvloeden. Een waterstop bezit een bepaalde lengte en wordt op regelmatige afstand aangebracht.
WKC: WijKCentrale
 

X

 

Y
 

Z
Zeekabel:  Zeekabels zijn waterkabels geschikt voor grote waterdoorgangen, zeeën en oceanen. Zeekabels worden onderscheiden in asymmetrische en symmetrische zeekabels. Asymmetrische zeekabels zijn internationale kabels door zeeën en oceanen, b.v. naar Engeland en Denemarken. Deze kabels zijn van het coaxiale type; in de kabels worden op regelmatige afstanden versterkers aangebracht. Symmetrische zeekabels zijn kabels die de brede rivieren kruisen o.a. de kabels naar de Zuid-Hollandse, Zeeuwse en Wadden Eilanden. Evenals de waterkabels zijn ze voorzien van een dikke loodmantel. Als pantser komt voor: vlak profiel, rond of geprofileerd staaldraad en ook wel staalband. De buitenmantel van deze kabels is vrijwel altijd van kunststof.
 
 

 

 

Reageer

Copyright © 2004-2015 Stichting Telefoniemuseum Nederland. Alle rechten voorbehouden.
Laatst bijgewerkt: 04-04-2015


Volker Wessel Netwerk Bouw